parool

Thomas Beijer (28) is een multitalent: hij is een bijzonder goede pianist, componeert eigen stukken en heeft net zijn debuutroman Geen Jalapeños af. 'Ik ben niet zo goed in plannen.'
tekst Erik Voermans, foto Merlijn Doomernik

Ik las dat u al vanaf uw tiende concerten geeft. Bent u een wonderkind?
"Nee, zo zie ik mezelf helemaal niet. Ik ben met de piano begonnen toen ik acht was en dat is volgens de boekjes zelfs al oud. Die concerten op m'n tiende waren ook geen tournees door Azië, hè? Ik speelde op podia voor jong talent. Je schrijft dat op om je cv een beetje te pimpen."

Zijn er opnamen van Thomas de tienjarige pianist?
"Niet dat ik weet. Ik zou ze geloof ik ook niet zo nodig hoeven horen. M'n cd's staan ook nog in het cellofaan in de kast. En ik ga ook m'n eigen boek niet lezen. Dat is net alsof je door een vergrootglas in de spiegel kijkt. Naar mezelf luisteren doe ik alleen tijdens het studeren, maar dat is iets anders."

"Ik luister zelfs amper naar de radio, hooguit in de auto. Laatst hoorde ik op Radio 4 een Intermezzo van Brahms en ik dacht: hé, dat is wel mooi gespeeld. Beetje langzaam misschien. Gaandeweg werd ik steeds minder enthousiast. Veel te langzaam. Nee, ik vond het toch niet goed. Bleek ik het zelf te zijn. Dat komt ervan als je nooit naar je eigen cd's luistert."

Die afkeuring, moeten we dat als een teken van groei opvatten?
"Ik hoop het. Toen ik die cd opnam, was ik achttien. Het valt me op dat pianisten sneller gaan spelen naarmate ze ouder worden. Als je jong bent, vereenzelvig je langzaam met diepzinnig, terwijl het geloof ik precies omgekeerd is. Ik generaliseer nu een beetje."

Thomas Beijer by Merlijn Doomernik

"Ik hoorde een tijd terug de Braziliaanse meester Nelson Freire in het Concertgebouw Chopin spelen en dat deed hij opmerkelijk vlot. Dat kwam op mij over als menselijker, natuurlijker en daardoor diepzinniger. Je dacht bij hem: zó moet het toch gewoon? Maar er gaat dus een heleboel aan vooraf voordat je dat punt hebt bereikt. Je moet heel veel loslaten."

Hoever bent u in dat proces?
Deadpan en zwaar ironisch: "Helemaal aan het einde. Ik ben er eigenlijk al." Hij lacht. "Sober en natuurlijk spelen kun je pas als je héél veel gestudeerd hebt. Het is zoals Dinu Lipatti tegen zijn leerlingen zei. 'Je moet van elk nootje precies weten wat je ermee wil, als een maniak, en op het podium moet je alles vergeten en spelen zoals je bent.' Jorge Luis Prats, de geweldenaar uit Cuba, bij wie ik masterclasses heb gevolgd en met wie ik bevriend ben geworden, zegt hetzelfde."

Uw eerste leraar op het conservatorium was Marjès Benoist. Niet lang daarna ging u naar Jan Wijn, bij wie u met de hoogste lof afstudeerde. Wat leerde u van hen?
"Marjès had mij in de jongtalentklas. Ze is enorm bevlogen en erg goed met kinderen omdat ze je enthousiasmeert. 'Moet je nou toch horen hoe mooi deze modulatie is,' dat soort zinnen, en dat slaat meteen op de leerling over. Jan Wijn was strenger en dat was wat ik toen nodig had, omdat ik de neiging had te freewheelen. 'Volgende week speel je deze sonate van Beethoven uit het hoofd en anders hoef je niet meer terug te komen,' zei hij dan."

"Jan leert je het ambacht. Ik heb acht jaar bij hem gestudeerd, wat best lang is. Hij heeft me goed opgevoed als pianist en dat is een mooie basis voor zo'n hyper-eigengereide man als Prats die je daarna op je weg tegenkomt. Het totaal andere uiterste."

"In 2014 deed ik bij hem een masterclass in het Muziekgebouw aan 't IJ. Ik speelde de Fantasí a Bé tica van Manuel de Falla voor hem. En zijn benadering was heel anders dan ik gewend was. Hij vond dat ik te mooi speelde, bijvoorbeeld. 'No! We need the ugly sound!' riep hij dan. Of: 'Flamencozangers hebben geen pedaal in hun keel, mafkees!' Na die masterclass zei hij tegen me: 'What you need is a good cigar.'"

"Toen heeft hij me sigaren leren roken zoals de Cubanen dat doen. Dus geen schaartje om de punt af te knippen, maar krak, met de tanden. Die gekke gast verbindt levenswijsheden aan het roken van sigaren. En hij is je de hele tijd aan het stompen. 'Ik behandel je zoals een broer,' zegt hij dan. Niet: o, o, wat speel je weer prachtig, maar eerder: fuck you man, dat lijkt nergens op. Daar kan niet iedereen tegen, denk ik." "Hij is ook een man die met je onzekerheden afrekent. Toen ik wat meer twijfelde aan het nut van alles en me afvroeg of de mensen het wel mooi vonden wat ik deed, maakte Prats daar korte metten mee. Hij zei: 'Fuck them! Je speelt zoals je bent, het is wat het is.' En dat heb ik goed in m'n oren geknoopt."

Is een stuk uit het hoofd leren spelen net zoiets als een acteur die zich een tekst inprent?
"Ja, die vergelijking maak ik vaak. Een acteur heeft een script, en wij hebben een partituur. Dat is niet meer dan een boek met tekens, en vervolgens heb je veel vrijheid om dat leven in te blazen. Op hoeveel verschillende manieren kun je 'To be or not to be' wel niet uitspreken?"

Je kunt je afvragen of je als pianist überhaupt iets uit je hoofd moet willen kunnen spelen. Je kunt toch noten lezen?
"Interessant punt. Ik speelde laatst de Sonate in Bes van Schubert. Uit het hoofd. En ik zat me tijdens het studeren toch af te vragen hoe Schubert daar nou naar zou kijken. Ik denk dat hij zich helemaal gek zou lachen."

Want zelf kon hij dat niet.
"Sterker nog: hij kon amper pianospelen! Hij begeleidde zijn liederen op gitaar. Dat merk je ook, want Schuberts pianomuziek 'ligt' nooit lekker voor de handen."

U bent een jonge pianist. Wat is uw carrièreplanning?
"Die heb ik niet. Ik ben niet zo goed in plannen. En misschien ben ik niet monomaan genoeg voor steeds in je eentje rondreizen en een rokkostuum aantrekken. Een keer in de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw spelen, zou wel een droom zijn die uitkomt. Maar ik wil ook componeren en boeken schrijven."

Gaat het een niet af van het ander?
"Wat betreft tijd natuurlijk wel."

Toen Thomas Beijer aan z'n debuutroman Geen Jalapeños werkte, nam hij een tijdlang minder concerten aan. "Ik kan niet schrijven als er een recital aan zit te komen en ik kan niet fijn studeren als ik weet dat ik die dag ook nog vierhonderd woorden moet schrijven. Het gaat om ruimte in het hoofd."

Uw boek gaat deels over grote dromen die verdampen. Thematiseert u daarmee uw eigen grote angst?
"Nou ja, zo een-op-een gaat dat boek niet over mij."

Jaja.
"Nou goed, ik zou liegen als ik het zou ontkennen, maar er is een verschil: mijn hoofdpersoon doet niks. En ik wel. Anders zou er ook geen boek zijn waarin een hoofdpersoon niks doet. Ik ken die angsten wel natuurlijk. En er is maar één remedie tegen: je moet aan de slag. Je kunt denken dat het allemaal niks uitmaakt wat je doet, omdat er al zo veel pianisten of schrijvers zijn, maar als het niks uitmaakt, kun je het net zo goed wél doen."

De roman Geen Jalapeños is verschenen bij Prometheus. De cd Canción y Danza, Piano Music From Spain (Lyrone Records) ligt in de winkels. Beijer speelt morgen met Camerata RCO drie pianoconcerten van Mozart in het Concertgebouw (Kleine Zaal, 20.15 uur).

PS bijlage Het Parool, dinsdag 30 mei 2017